ARC20: PXL-MAD-Kunstencampus in Hasselt - a2o-architecten

Deze nieuwbouw voor de Belgische Hogeschool PXL in Hasselt huisvest de Kunstopleiding (MAD School of Arts) en de opleiding ICT en Informatica (PXL-Digital). Het is gesitueerd op het raakvlak van twee werelden. De hogeschoolcampus, een naoorlogs, modernistisch paviljoenlandschap; en de Hasseltse buitenring, een stedelijke rondweg getypeerd door kantoren en vitrine-architectuur. Het gebouw schermt de campus af van de ringweg. Het is een bepalend element in het masterplan van de campus dat inzet op een hoge verblijfskwaliteit, betere wandelverbindingen tussen de bestaande en nieuwe gebouwen, en het opwaarderen van de landschapswaarde van deze campus en de oevers van de rivier de Demer. Het gebouw is een langwerpig volume gestructureerd door een compromisloos kolomraster. De structuur kan over twee bouwlagen worden ingevuld met ateliers door lichte wanden en tussenvloeren. Deze invulling ruilt de klassieke schooltypologie van 'lokalen aan een gang' in voor een circulatie via de ateliers. Ontmoeting en creatieve manipulatie van het gebouw komen tegemoet aan de wisselende behoeftes van de studenten. Aan het raster zijn twee genereuze trappen en een torenvormig volume gekoppeld, markante contragewichten die oriëntatie bieden aan de gebruikers. Centraal in het gebouw bevindt zich een tentoonstellingsruimte, een dubbelhoge zaal waar studenten en docenten hun werk exposeren en gestimuleerd worden om met elkaar in debat te treden. Een groot raam geeft uitzicht op de stad.

De Campus van Hogeschool PXL ligt tussen de historische kleine ring en de grote buitenring van Hasselt. Ze wordt van noord tot zuid doorsneden door de Elfde Liniestraat, van oost tot west door het riviertje de Demer. De Elfde Liniestraat is de hoofdader van de Hogeschool en wordt gebruikt door auto’s, fietsen en lijnbussen. De buitenring, ofwel de Singel, is een drukke verkeersader die rondom Hasselt ligt en industriegebieden, kantoorparken en retail-zones aaneen rijgt. De Demer verknoopt de campus met het stadspark Kapermolen.

Rationeel volume

De Hogeschool is hier gevestigd in een aantal naoorlogse gebouwen die als modernistische paviljoens los van elkaar staan. De kunstenschool was reeds gehuisvest in een rationeel rechthoekig volume van drie bouwlagen met een atrium, de gevel een betonnen raamwerk ingevuld met geel metselwerk en een raster van raamopeningen. Dit gebouw markeert de ingang naar de campus vanaf de Singel en is behouden. De nieuwbouw is ingeplant naast dat gebouw, aan de Singel, en vervangt een aantal kleine paviljoens.

Internationale prijsvraag

De gehele opdracht betrof het ontwerpen, bouwen en onderhouden (DBM overeenkomst) van een Hogeschoolgebouw van ongeveer 6.000 m2 bruto en een private ontwikkeling die momenteel wordt uitgewerkt als een student hotel. Het bestek voor de uitgeschreven internationale prijsvraag legde enkel het Vlaamse gewestplan (een zoneringsplan dat het projectgebied als ruimte voor openbaar nut en gemeenschapsvoorzieningen aanduidt) als stedenbouwkundige randvoorwaarde op. De ontwerpers werd gevraagd een stedenbouwkundige visie uit te werken op basis van een gedegen analyse van de omgeving.

Masterplan

Het door a2o ontwikkelde masterplan is gestoeld op:

- Het verknopen van de bestaande Hogeschoolgebouwen met toegankelijke wandelroutes, voor een deel opgetild van het maaiveld.
- Het ontwikkelen van ruimtes tussen de gebouwen tot kwalitatieve verblijfsgebieden, waarvoor bestaande parkeerplaatsen op de campus ruimte bieden; parkeren wordt geconcentreerd.
- De rivier de Demer wordt een structurerend landschappelijk element, de oevers worden toegankelijk gemaakt.
- De nieuwbouw positioneert zich tussen de Singel en de campus, schermt deze af van het geluid en de verkeersdrukte.
- De nieuwbouw van de school en het student hotel kennen hoge volumes die in dialoog gaan met de centrale, modernistische toren op de campus: ze vormen een triptiek van drie torens.

Gunningscriteria

Het bestek van de wedstrijd formuleerde stedenbouwkundige, architectonische en functionele gunningscriteria. Een sleutelcriterium was onder meer de afstemming van de verschillende opleidingsonderdelen en de logica van de horizontale en verticale circulatie doorheen de opgegeven ruimtes. Het gebouw wordt voor het grootste deel gebruikt door de Kunstschool, met de studierichtingen Beeldende Kunsten, Grafisch ontwerp, Juweelontwerp en Edelsmeedkunst, Vrije Kunsten en een Educatieve Masteropleiding.

BVO

Binnen het BVO van 6.000 m2 werd gevraagd:

- Ontvangst- en publiekstoegankelijke ruimtes, 720 m2
- Onderwijsruimtes voor de afdelingen van de Kunstschool, 3.991 m2
- Onderwijsruimtes IT, 183 m2
- Dienstruimtes, 713 m2
- Buitenruimtes, 262 m2

Open plateaus

De onderwijsruimtes kregen hoofdzakelijk plaats in een langgerekt volume dat is aangesloten met een loopbrug op de bestaande huisvesting van de Kunstschool. Het volume wordt gevormd door een compromisloos betonnen draagstructuur van kolommen en twee vloerniveaus. De twee bouwlagen zijn uitgewerkt als uitgestrekte, open plateaus die middels modulair verwisselbare wanden voortdurend kunnen veranderd en aangepast worden. Op die manier kan de kunstschool inspelen op de dynamiek en de verandering die kenmerkend is voor de creativiteit in de kunsten. Dat kan niet met een reeks vaste klaslokalen verbonden met gangen. De architectuur biedt nu andere opties: we gaan het anders doen, ze is als het ware anarchistisch. Ze dwingt de kunstenaar verder tot niets, omdat de ruimtes creatief manipuleerbaar zijn. Studenten en docenten worden niet door de architectuur bij de hand genomen: ze moeten zichzelf uitvinden door de ruimtes te manipuleren. Die ruimtes kunnen letterlijk alles worden, van intimistische kamers tot grote zalen achter transparante wanden.

Kennisdeling en teruggetrokkenheid

De openheid tussen de ateliers wordt ook beschermd om de studenten de privacy te geven geconcentreerd en in afzondering te werken, zoals een kunstenaar in zijn atelier zou doen. Het kunstenaarsatelier is geen open huis waar iedereen zomaar vrijelijk in en uit loopt. Het hele gebouw is daarom erop gericht die dubbele werking van kennisdeling en teruggetrokkenheid mogelijk te maken. Het is prominent aanwezig langs de Singel, maar door de interne organisatie en door de gevelopbouw met gesloten en deels opengewerkt metselwerk ook heel geïnterioriseerd. Het minimalistische brutalisme van de betonarchitectuur geeft het gebouw de aura van een tempel waarbinnen het mysterie van de kunstproductie zich kan afspelen. Aan de achterzijde opent het gebouw zich dan weer uitnodigend naar de uitdagende wereld van de academische campus. Daar liggen transparante gaanderijen die met glaspartijen en uitnodigende trappen toegang geven tot een multifunctionele agora, een dubbelhoge centrale ontmoetingsruimte op de eerste verdieping geïnspireerd op het werk van de Tsjechische scenograaf Josef Svoboda –de hoofdontwerper van de decors van het Tsjechisch Nationaal Theater van eind jaren 1940 tot begin jaren ‘90. Deze ruimte kan gebruikt worden voor hoorcollege’s en culturele avonden of als tentoonstellings- en ontmoetingsruimte. Aan de campuszijde staat een markant hoogbouwvolume, centraal en onderscheidend van de laagbouw als een risaliet. Dit volume huisvest de klaslokalen die door PXL-Digital gebruikt worden.

Gevels

De gevel aan de campuszijde is opgebouwd uit zichtbeton, aluminium raamkozijnen van Reynaers, balustrades in dezelfde kleur als de kozijnen, en donkerrood baksteen. In de toren maken uitstekende bakstenen een reliëf in de gevel. Deze gevel wordt bepaald door grote deuren en glaspartijen, trappen en terrassen die de hechte verknoping met de campus mogelijk maken – hier kan ook buiten gewerkt worden. De gevel langs de Singel is geritmeerd en meer gesloten. Het interieur is sterk bepaald door het betonskelet, de lichte houten vloer en balustrades, okerkleurige tegels en het interieur is vervolledigd met grijze gordijnen – en vooral de levendige en kleurrijke activiteiten van de kunststudenten.